Soms begint een familieverhaal met een kader aan de muur.
Voor Christel Van Iseghem begon het allemaal toen ze als dertienjarig meisje bij haar grootmoeder en overgrootmoeder in de Karel de Stoutelaan in Brugge woonde. Bovenaan de trap hing een kader met foto’s van twee jonge mannen en een brief. Nieuwsgierig begon ze te lezen. De brief jaagt haar eigenlijk een beetje angst aan.
“In die brief stond dat de twee mannen in de namiddag ter dood gebracht zouden worden met de valbijl,” vertelt Christel. “Ik kende die namen niet: Noël Boydens en Norbert Vanbeveren. Vanbeveren was de familienaam van mijn grootmoeder maar ik kende ook haar broers en haar zus, dat waren mijn ooms en mijn tantes en er zat geen Norbert Vanbeveren tussen. ”
Toen ze haar grootmoeder ernaar vroeg, kreeg ze meteen een duidelijke reactie:
“Stil, Meme moet niet horen dat wij daarover praten.”
“Meme”, haar overgrootmoeder, had haar jongste zoon Norbert verloren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij zat in het verzet, werd op zijn achttiende opgepakt en een jaar later onthoofd door de nazi’s.
“Mijn grootmoeder vertelde hoe de Gestapo-agenten over de muren van de tuin klommen,” zegt Christel. “Een agent stopte zelfs een revolver in Norberts broekzak om hem van verboden wapendracht te kunnen beschuldigen. Daarna hebben ze hem meegenomen. Ze hebben hem nooit meer teruggezien.”
Een verhaal dat bleef nazinderen
“Dat was echt een trauma,” zegt Christel zacht. “Mijn overgrootmoeder kon dat niet verwerken. Zij was vroeger een heel temperamentvolle vrouw, maar zo heb ik haar nooit gekend. Ze was stil geworden. Gekeerd in zichzelf.”
De oorlog liet diepe sporen na in de familie. Niet alleen verloor haar overgrootmoeder haar zoon Norbert. Ook haar man kwam om tijdens een bombardement op het station en een andere zoon koos de kant van de bezetter.
“Het was een zware last voor haar,” vertelt Christel. “En daarom zwegen ze erover.”
Toch bleef het verhaal aanwezig. Soms op onverwachte manieren.
“Ik heb heel mijn leven onrustige dromen gehad,” zegt ze. “Dromen waarin ik mijn huis moet beschermen. Rolluiken sluiten. Deuren dichtdoen. En op het einde springt er altijd één deur terug open. Dus ik denk ergens dat ik een deel van de pijn van Meme meedraag.”
“Nu ik zelf een kleindochter van achttien heb, besef ik pas echt hoe jong Norbert was. Zestien toen hij bij het verzet ging. Achttien toen hij opgepakt werd. Negentien toen hij vermoord werd. Dat waren eigenlijk nog kinderen. Wat moet er door het hoofd van mijn overgrootmoeder gegaan zijn? Dat was de nachtmerrie.”
De brief die terug boven water kwam
Jarenlang bleef het stil rond Norbert en zijn vriend Noël Boydens. Tot Christel tijdens de coronaperiode samen met haar man en broer in oude familiearchieven en stambomen begon te duiken.
Tijdens die zoektocht dook de afscheidsbrief van Noël Boydens opnieuw op.
“Toen ik die tekst terugzag, kwam alles opnieuw binnen,” vertelt ze. “Ik zag dat kader weer voor mij, bovenaan die trap.”
Tijdens haar opzoekingen ontdekt Christel de werking van Struikelstenen in Brugge. Meteen voelt ze: dit is de juiste manier om Norbert Vanbeveren blijvend te herdenken. Ze dient een dossier in en in december 2023 krijgt Norbert een Struikelsteen aan de Karel de Stoutelaan 70, het huis waar hij voor het laatst in vrijheid leefde.
Toch blijft iets knagen.
“Waarom wel voor Norbert en niet voor Noël Boydens?” vraagt Christel zich af. “Maar om een Struikelsteen te plaatsen moest ik het adres weten waar hij het laatst in vrijheid geleefd had en dat had ik niet.”
Wanneer Christel later in contact komt met Helden van het Verzet, deelt ze het verhaal en de afscheidsbrief van Noël Boydens. Dat leidt begin 2025 tot een interview op Radio 1. Tijdens dat gesprek gebeurt iets onverwachts: plots duikt ook een afscheidsbrief van Norbert Vanbeveren op, zelfs drie brieven, geschreven vlak voor zijn dood.
“Mijn wereld stond stil,” vertelt Christel. “We hadden altijd gedacht dat er nooit een brief van Norbert geweest was.”
Kort daarna neemt een familielid van Noël Boydens contact met haar op. Dankzij die ontmoeting wordt ook zijn laatste woonadres teruggevonden en kan eindelijk een dossier voor een Struikelsteen worden opgestart.
“Dat voelde meteen juist,” zegt ze. “Want voor Norbert was er ondertussen al een struikelsteen gekomen, maar voor Noël nog niet. Dat voelde oneerlijk.”
Op 23 mei 2026 kreeg ook Noël Boydens een Struikelsteen in Brugge.
“Nu komt er eindelijk ook voor Noël een struikelsteen. Dat maakt mij gelukkig.”
De cirkel is rond
Op 23 en 24 mei werden nieuwe Struikelstenen geplaatst in Brugge. Kleine messing stenen in het voetpad, voor de laatste vrijwillig gekozen woonplaats van slachtoffers van het naziregime. Ze maken het verleden opnieuw zichtbaar in het straatbeeld.
Voor Christel betekent die struikelsteen voor Noël veel.
“De cirkel is rond voor het meisje dat ik ooit was,” zegt ze. “Maar niet voor de vrouw die ik nu ben. Dat verdriet blijft.”
Toch overheerst ook trots. En dankbaarheid.
“Norbert Vanbeveren en Noël Boydens mogen niet vergeten worden. Die mensen hebben hun leven gegeven voor onze vrijheid.”
Daarom vindt ze projecten zoals Struikelstenen vandaag nog altijd belangrijk.
“Veel mensen weten niet meer wat er echt gebeurd is tijdens de oorlog. Niet alleen dat er honger was, maar dat jonge mensen hun leven gegeven hebben voor anderen. Dat moet verteld blijven worden. Ook als waarschuwing voor de toekomst.”
Wanneer er gevraagd wordt wat ze vandaag nog tegen Norbert zou willen zeggen, blijft het even stil.
“Eerst zou ik hem vragen om Meme een dikke knuffel te geven,” zegt ze uiteindelijk. “En daarna: bedankt.

